Letterkunde: Liefde, Wetenschap en de Letteren

810px-Daniel_Heinsius_(anonyme)

Daniël Heinsius (1580-1655) was een van de grotere geleerden uit onze Gouden Eeuw. Hij werd geboren in Gent en zijn ouders waren protestanten, die op de vlucht gingen voor Alva en zijn bloedraad. In 1588 vestigden zij zich in Vlissingen.

Heinsius studeerde in eerste instantie rechten in Franeker – hij was zestien toen hij aan zijn studie begon – maar stapte na twee jaar over naar Leiden. Ook daar schreef hij zich in als rechtenstudent maar al snel bleek dat zijn hart lag bij de letteren. Hij schreef gedichten en studeerde Grieks. Hij werd de lieveling van Scaliger en Dousa – die zijn talent terecht bewonderden en hem hielpen het te ontwikkelen. Hij was bevriend met Hugo de Groot. 

Heinsius was 23 toen hij tot buitengewoon hoogleraar in de poëtica werd benoemd. Zes jaar later volgde hij Scaliger op. Hij was ook bibliothecaris van de universiteit.

Leiden_1610

De internationale roem van Heinsius berust – nog altijd – op zijn edities van de klassieken. Hij schreef prachtige gedichten in het Latijn die, net als zijn gedichten in het Grieks (iets waar maar weinigen toe in staat waren in Europa) voorbehouden zijn aan erudiete kenners van het Neolatijn en Grieks. Daarnaast schreef hij gedichten in het Nederlands. 

In 1601 verscheen zijn Quaeris quid sit Amor onder het pseudoniem Theocrites van Gent. De naam van de drukker staat er niet op, maar de Leidse conservator en boekhistoricus Ronald Breugelmans heeft, op basis van typografisch onderzoek, aangetoond dat de Amsterdamse drukker Herman de Buck het heeft gedrukt. 

_DSF8960

De tekst is gezet uit een civilité, een lettertype dat op een informeel handschrift uit die tijd lijkt en dat populair was rond 1600 om daarna langzaam te worden vergeten. De bundel is geïllustreerd met etsen en de oplage zal dan ook niet groot zijn geweest. Van een etsplaat konden een paar honderd goede afdrukken worden gemaakt, daarna liep de kwaliteit achteruit. Het zijn emblemata: plaatjes met randschriften in het Frans en Latijn, voorzien van een verklarend gedicht in het Nederlands. De jonge dichter – hij was 21 toen de bundel verscheen – is direct of indirect duidelijk beïnvloed door Petrarca. Tranen die uit vuur ontstaan, zoet verdriet, zon en maan, zoete honing en bittere gal – het zijn eindeloze variaties op het bekende ijzige vuur.

_DSF8949

In de secundaire literatuur zien we hem op latere leeftijd terug als een eenzame en ‘ietwat verbitterde oude man die meer dronk dan goed voor hem was’ – en uiteindelijk met een sinecure werd afgescheept. Of dat waar is? De ervaring leert dat auteurs van artikeltjes gemakzuchtig zijn en dat een roddel – ‘weet je wie ik dronken op het Rapenburg zag rondkruipen? Heinsius!’ eindeloos wordt herhaald en in de loop der tijd groeit en groeit. Denk aan de Fama van Vergilius.

Maar wie weet. Heinsius was niet alleen hoogleraar maar ook secretaris van de Synode van Dordrecht – hij koos de kant van de orthodoxe contraremonstranten. Al zijn geleerde en intelligente vrienden, denk aan Petrus Scriverius en Hugo de Groot, hoorden bij de andere partij. Oprecht geloof of opportunisme? Zijn verdere carrière wijst toch wel enigszins op het laatste. En hoe kan een dichter die zichzelf Theocritus van Gent noemt een vriend zijn van doemdenkers die de predestinatie verheerlijken?

Dat het leven na een dergelijke keuze uiteindelijk een weg wordt die in eenzaamheid moet worden afgelegd, in de wetenschap dat die letterlijk doodloopt – dat is een besef dat komt als het te laat is. Maar dat weet de jeugdige dichter natuurlijk nog niet. Die heeft een bundel met prachtige gedichten geschreven. Je stelt je hem voor, in de drukkerij – of prozaïscher gewoon thuis in Leiden. Daar is een pak boeken. Hij kijkt naar de bedrukte vellen die nog ruiken naar inkt. Zijn eerste echte boek. Een literaire mijlpaal en dat heeft hij ongetwijfeld  heel goed begrepen.

_DSF8964 2

[Daniel Heinsius] Quaeris quid sit amor. [Gegraveerd door Jacob de Gheyn]. [Amsterdam, Herman de Buck, 1601]

4 : A-G4 H2 ; 000004 – b1=b2 A3 aecke

Plaatsnummer UBA: OK 62-9700

De drukker, Herman de Buck, was voor zover bekend actief in Amsterdam van 1599 tot 1602. De Buck was gevestigd in de Molsteeg. Die loopt ter hoogte van de Nieuwe Kerk van de Nieuwezijds Voorburgwal naar de Spuistraat. In de zeventiende eeuw waren hier veel boekverkopers gevestigd. Er zijn 32 titels bekend die door hem zijn gedrukt. Waarschijnlijk is dat minder dan de helft van zijn totale productie. Inhoudelijk lopen die titels sterk uiteen. We zien anonieme pamfletten en nieuwsberichten maar ook geleerde boeken. Quaeris quid sit amor is zijn enige titel in het Latijn. 16 publicaties werden gedrukt voor opdrachtgevers, acht zijn geïllustreerd.

Het complete boek vind je hier

[Paul Dijstelberge]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s